Voorbeeldverhaal voor Haarlemmers

Mijn oma was een heldin en ik zal je vertellen waarom. Het was ten tijde van de Tweede Wereld oorlog. Mijn overgrootouders hadden drie dochters, waaronder mijn oma Suze. Zij was de middelste van het stel. Mijn overgrootouders waren bakker. Hun bakkerij was één van de weinige bakkerijen in Haarlem die open mocht blijven van de Duitsers.

Mijn oma was altijd al eigenwijs. Ze merkte dat iedereen bang was en natuurlijk was ze dat zelf ook, maar mijn oma had moeite met alles aanzien. Haar vriendin Liesje vertelde op een gegeven moment dat ze Joodse onderduikers in huis hadden. Mijn oma stelde voor aan haar ouders om hetzelfde te doen, maar die wilde daar niks van weten.

Het werd in die tijd steeds lastiger om aan eten te komen. Het werd ook steeds lastiger voor de familie van Liesje om het Joodse gezin te voeden. Alles ging in die tijd op de bon en er was zo’n schaarste dat er goed in de bakkerij werd bijgehouden hoeveel er werd gebakken. Toch besloot mijn oma om iedere morgen een brood uit de bakkerij te smokkelen en deze op de hoek van de Korte Houtstraat aan Liesje te overhandigen.

Natuurlijk kwamen haar ouders er achter, maar oma dreigde dat ze zelf niets meer zou eten. Ook al was ze nog maar 12 jaar. Mijn oma kon de hele situatie niet rechtvaardigen en ze wilde iets betekenen voor degenen die zichzelf niet meer konden redden. Zo heeft ze ook na de oorlog in het leven gestaan.

Het was dan ook niet verrassend dat mijn oma verpleegster is geworden en met veel liefde patiënten verzorgd heeft, in het ziekenhuis waarin nu Museum Haarlem gevestigd is. Helaas is mijn oma op 6 januari van dit jaar overleden.

Dit is voor jou lieve oma, je hebt het verdient. Rust zacht. 

Sandra Steenwijk